Beffen tot ze klaarkomt meisjes die willen neuken

beffen tot ze klaarkomt meisjes die willen neuken

Terwijl de zelfstandige naamwoorden gelijkmatig over de eeuwen verdeeld zijn, vertonen de werkwoorden in de twintigste eeuw een piek. Mallory wijst er terecht op hoe ironisch het is dat indogermanisten deze woorden zonder enig probleem kunnen reconstrueren, terwijl ze de grootste moeite hebben de materiële cultuur van de Indo-europeanen te achterhalen.

Van pissen is de herkomst niet helemaal zeker: Het werkwoord bouten is waarschijnlijk gekozen vanwege vormovereenkomst; het is. Dirken is waarschijnlijk een vervorming van drek , met metathesis en e-i -wisseling. Voor de verklaring van het woord is ook wel gesuggereerd dat het een afleiding van de persoonsnaam Dirk, Derk zou zijn, en daarbij werd gewezen op een zeventiende-eeuwse anekdotische passage: Drukken en plassen zijn typische kindertaalwoorden waarop nog weinig taboe heerst, vandaar dat ze ook in nieuwvormingen gebruikt worden, zoals wildplassen en plasgootje, plastuitje , niet in mijn bestand.

Er zijn slechts twee leenwoorden: De voorloper van kakken dat we uit het Latijn hebben overgenomen kwam al in het Indo-europees voor en was een woord uit de kindertaal. Daarbij speelt een rol dat de inrichting van de wc in de loop van de tijd is veranderd. De jongste aanpassingen zijn de aansluitingen op het riool en de toevoeging van een waterspoelingsinstallatie: Alle andere woorden zijn geleend, en waarschijnlijk geleend als eufemistische benaming.

Ook plee is waarschijnlijk van Franse oorsprong: Wc tenslotte komt uit het Engels en is dubbel eufemistisch: Uitslag heeft een nieuwe betekenis gekregen. Woorden waarbij de oude betekenis vrijwel is verdwenen, zijn: Eufemistische leenwoorden zijn attaque, diarree, kotsen, tuberculose, vomeren, waanzin en wellicht multiple sclerose - van dit laatste ben ik niet geheel zeker omdat er geen Nederlands alternatief is, zoals dat wel bestaat voor de andere leenwoorden: Verkortingen of letterwoorden zijn t.

Multiple sclerose wordt vaak. Toen begin in verschillende Europese landen uitbraken van mond- en klauwzeer waren, stonden de kranten opeens bol van de afkortingen: Uiteraard werden deze letterwoorden in de koppen gebruikt vanwege ruimtegebrek, maar ook in de artikelen kwamen de letterwoorden in ruime mate voor, en daar speelde eufemisering ongetwijfeld een rol. De jongste woorden zijn allemaal ofwel geleend, ofwel verkortingen. De verhouding inheems - geleend is fifty-fifty.

Tot en met de zeventiende eeuw zijn alle woorden inheems en gaat het altijd om woorden die een nieuwe betekenis hebben gekregen, die de oude betekenis verdrongen heeft. Een enkele maal worden nieuwe samenstellingen gevormd achterwerk, stoelgang. Wat is nu het percentage van eufemistische vormingen binnen het geheel van de genoemde thema's? Dat is nogal verrassend: Dat geldt natuurlijk niet voor de ziektenamen.

Veel van de genoemde woorden uit alle categorieën worden overigens tegenwoordig niet meer als eufemistisch ervaren, ze zijn het slechts van oorsprong. Bijvoeglijke naamwoorden kunnen een versterkende betekenis krijgen, wanneer ze als eerste lid een zelfstandig naamwoord doodstil of een tegenwoordig deelwoord gloeiendheet krijgen.

Het bijvoeglijk naamwoord komt ook alleen voor; halsstarrig, roemruchtig vallen er dus niet onder, omdat starrig en ruchtig niet bestaan. Van dergelijke versterkende bijvoeglijke naamwoorden kan geen zelfstandig naamwoord gemaakt worden doodstilheid en gloeiendheetheid bestaan niet en evenmin zijn vergelijkende of overtreffende trappen mogelijk dus niet doodstiller, doodstilst.

De klemtoon ligt op beide delen: De versterkende bijvoeglijke naamwoorden zijn in principe ontstaan als vergelijkingen: Versterkende bijvoeglijke naamwoorden beginnen dus als samenstelling en eindigen als afleiding. Maar dat hoeft niet altijd te gebeuren: En niet alle combinaties zijn mogelijk: Het eerste deel van een versterkend bijvoeglijk naamwoord wordt dus vaak met meerdere tweede delen gecombineerd, maar andersom geldt ook dat het tweede deel vaak meerdere eerste delen kan krijgen, vergelijk barstensvol, bomvol, boordevol of fonkelnieuw, gloednieuw.

Versterkende bijvoeglijke naamwoorden komen vaak voor bij kleuren, zie voor enkele voorbeelden de kleurnamen die in 4. Veel versterkende bijvoeglijke naamwoorden geven vergelijkenderwijs maten aan: Andere geven een grote.

Eigenlijk zijn dit hyperbolen, want de snelheid wordt enorm overdreven. Omdat de categorie van de versterkende bijvoeglijke naamwoorden zo'n duidelijke betekenisontwikkeling vertoont, is het interessant om te bezien hoe deze in de tijd plaatsvindt: Hieronder geef ik hiervan een aantal voorbeelden, in een andere presentatie dan tot nu toe in dit boek gebruikelijk.

Bij de uitleg noem ik telkens vergelijkbare voorbeelden van versterkende bijvoeglijke naamwoorden waarvan het eerste deel alleen in één enkele, vaste combinatie met een tweede deel voorkomt en waar dus geen sprake is van een ontwikkeling van letterlijk naar figuurlijk, zoals hondsmoe niet hondsdik of hondssterk of kiplekker ; wanneer deze gevolgd worden door een datering, betekent dit dat ze in mijn bestand zitten.

Dit eerste voorbeeld is direct heel bijzonder. Vanaf halverwege de jaren zestig zagen allerlei versterkende afleidingen met bere - het licht: Pas toen bere - als versterking voorkwam, verzon men - en hier rust een zware verdenking op de lexicografen - een verklaring voor het bestaan van deze versterking.

Men veronderstelde nu dat deze wel zou zijn ontstaan uit het letterlijke gebruik, zoals zo vaak bij versterkende bijvoeglijke naamwoorden, en pas toen dook beresterk in de woordenboeken op - waarschijnlijk niet zozeer omdat de lexicografen het gehoord of gelezen hadden, maar omdat ze het nodig hadden om het versterkende bere - te verklaren.

In de gvd bijvoorbeeld is beregoed in opgenomen, en het als verklaring dienende beresterk en bere - in de volgende druk, van Natuurlijk is het niet uitgesloten dat iemand een oudere bron vindt voor beresterk.

Dan nog blijft overeind dat in dit geval, en in andere hieronder, de periode tussen het letterlijke en figuurlijke gebruik heel klein is.

Toch past die bijgedachte het minst bij de oudste vorm dolgraag ouder dolgaarne In deze samenstelling is dus de oorspronkelijke betekenis van leuk bewaard gebleven, die voor het ongelede woord is verdwenen! In doodarm en doodeerlijk is slechts sprake van versterking.

Naast doodeerlijk komt de jongere versterking goudeerlijk voor. De identieke metafoor in deze twee woorden lijkt me toeval. Kakelvers komt recent uit de reclame en sloeg aanvankelijk alleen op eieren: In keihard vinden we het letterlijke gebruik, dat recent tot gewone versterking is geworden, waarschijnlijk eerst in het Brabants waar het dan al enkele decennia ouder is dan hier aangegeven.

Een knoert is een harde slag, en werd vervolgens voor iets groots, geweldigs gebruikt: Er kan ook invloed zijn uitgegaan van stapelhoog , waaruit dan een versterkend voorvoegsel stapel - zou zijn geabstraheerd; de afleidingen waarin stapel - versterkende kracht heeft, zijn echter allemaal jonger en zullen dus eerder naar het voorbeeld van stapelgek of stapelzot zijn ontstaan.

In beide woorden kan de letterlijke betekenis zijn blijven bestaan: Van woorden die een hard geluid uitdrukken, zoals loeien, knetteren, knallen , kunnen afleidingen gemaakt worden die versterkende voorvoegsels worden, soms via een zelfstandig naamwoord. Dezelfde betekenisontwikkeling vinden we bij knoert -, zie hierboven. De Aanvullingen van het wnt noemen als oudste afleiding met loei - het woord loeigoed Oer - is geleend uit het Duits het is hetzelfde woord als Nederlands oor - in bijvoorbeeld oordeel, oorlog, oorsprong.

Vandaar werd het een algemeen versterkend voorvoegsel in oerkomisch, oergek , etc. Hoewel er tweeënhalve eeuw tussen de vorming van deze twee woorden ligt, is piep - in beide gevallen letterlijk gebruikt: De laatste tijd krijgen taboewoorden in de jongerentaal steeds vaker een versterkende functie, vandaar poepduur, poepielink, retestrak, stronteigenwijs e. Hier is geen sprake van een betekenisontwikkeling van letterlijk naar figuurlijk. Dat is wel het geval bij het oudere pisnijdig , dat wellicht als voorbeeld heeft gediend: De woorden zijn vrijwel tegelijkertijd voor het eerst aangetroffen.

In jongerentaal is al iets eerder gevonden retesteil , in gespeld als retestijl. De oudste afleiding die in de Aanvullingen van het wnt is vermeld, is retegoed In retestrak kan rete - nog enigszins letterlijk opgevat worden, maar in het populaire retegaaf beslist niet meer.

Aanvankelijk werd reus gebruikt met zelfstandige naamwoorden, waarin reus letterlijk gebruikt werd, vergelijk: Het woord was in het begin van de twintigste eeuw enige tijd zeer populair, wat door de bekende taalmeester Charivarius belachelijk gemaakt werd in zijn boek Ruize-rijmen uit , waarin hij opzettelijk ruize - spelde voor reuze - om de suggestie van plat of onverzorgd spreken te wekken.

Woorden die beginnen met sn - zijn klankschilderend zie 3. Snoei - werd aanvankelijk in verband met sportprestaties gebruikt; in wordt gesproken van een snoeihard schot en een snoeigoede speler.

Vergelijk hiermee fonkelnieuw en gloednieuw Spiksplinternieuw is een stapelvorm: Dat komt vaker voor, vergelijk moederzielalleen en Gronings schathemeltjerijk. Je zou als oudste woord het letterlijke steenhard verwachten, maar steenoud is het eerste aangetroffen; kennelijk werd steen beschouwd als een erg oud materiaal.

In steengoed is steen slechts versterkend, en die functie heeft het kennelijk in het Duits ook gekregen, gezien het leenwoord steenrijk. De versterkende voorvoegsels steke-, stik - en stok - zijn door elkaar heen gaan lopen en hebben elkaar beïnvloed. Aan de basis ligt stok , dat letterlijk gebruikt werd in stokstil en stokstijf , en als versterking in stokdoof. In het Middelnederlands kwam naast de vorm stoc ook stec voor, en uit dit stec is steke - ontstaan als versterkend voorvoegsel - in sommige gevallen, zoals in stekeblind , ongetwijfeld door associatie met steken en in dit geval met de gedachte: Kiliaan noemt in als synoniemen steckblind, stickblind, stockblind, stekblind en steekeblind.

Stik - is een vervorming van stok - en stek e -, maar geassocieerd met stikken in stikvol met de gedachte: In alle drie de gevallen wordt het voorvoegsel nog min of meer letterlijk gebruikt: Dit zou erop kunnen wijzen dat Rekers verklaring klopt, en dat het Nederlandse straalbezopen uit een dialect het Gronings? Vergelijk nog iemand straal negeren. Met - heet als tweede lid zijn meer woorden samengesteld: Hierin is, ondanks het tijdsverschil in de vormingen, sprake van een vrij letterlijke betekenis: De vorming is vergelijkbaar met het uit het Duits geleende beeldschoon De meeste van deze vormingen dateren uit de negentiende eeuw, maar het procédé stamt al uit de zestiende eeuw.

In de vormingen bestaan allerlei overeenkomsten. Boordevol werd gezegd van bekers e. Bomvol is op dezelfde wijze gevolgd: De oudste vorm van propvol was proptevol , een samenstelling van propt ofwel gepropt en vol.

Naast propt e vol zijn later proppend vol, proppens vol en propvol in zwang gekomen. Op dezelfde manier is stampvol gevormd, eigenlijk: Daarnaast kan bij propvol ook gedacht zijn aan eenzelfde vorming als bij bomvol: Mudvol is, gezien de uitdrukking uit het begin van de vorige eeuw , een gestampte mudzak vol , afgeleid van de maateenheid mud. In de manier van vorming bestaan dus grote overeenkomst, maar er wordt telkens naar variatie in het eerste deel gezocht.

Vrijwel alle versterkende bijvoeglijke naamwoorden zijn inheems; een heel enkele keer is bij de vorming gebruik gemaakt van een oorspronkelijk leenwoord oer, pot, zot in oeroud, potdoof, stekezot.

Een klein aantal versterkende bijvoeglijke naamwoorden is geleend. De brontaal is vrijwel altijd het Duits: Deze bijvoeglijke naamwoorden zijn merendeels totaal doorzichtig en ze zullen vrijwel direct als inheems zijn beschouwd. Dat moet ook wel, want de essentie van versterkende bijvoeglijke naamwoorden is dat ze als versterking dienen, en dan moet dat versterkende element dus wel duidelijk zijn.

Het Engels heeft alleen het minder doorzichtige tjokvol geleverd - waarvan je, gezien het verder niet voorkomende eerste lid tjok -, kunt betwisten of het onder de versterkende bijvoeglijke naamwoorden valt. De vorming van versterkende bijvoeglijke naamwoorden is oud: In de zestiende eeuw neemt hun aantal toe, en dan zien we ook woorden die duidelijk alleen versterkend zijn, zoals stokoud. Veel versterkende vormingen stammen uit de zeventiende eeuw 14 en uit de negentiende eeuw 28 , maar de twintigste spant met 47 afleidingen de kroon.

Er zijn na in de jongerentaal diverse nieuwe versterkende bijvoeglijke naamwoorden gemaakt, die ongetwijfeld samenhangen met het feit dat de taal in die periode informeler is geworden. Bij oudere versterkende bijvoeglijke naamwoorden is een duidelijke ontwikkeling te zien: Opmerkelijk is dat deze ontwikkeling na niet meer plaatsvindt: Soms zelfs is de figuurlijke betekenis het eerst gevonden, zoals bij bere - en knoert -.

En bij andere versterkende bijvoeglijke naamwoorden bestaat alleen een figuurlijke betekenis: Dit alles suggereert dat dergelijke woorden na wel. Het procédé bestond natuurlijk al langer, en wellicht gelden tegenwoordig andere criteria voor de keuze van het eerste lid dan vroeger.

Die keuze voor taboewoorden zien we overigens in nog grotere mate bij samengestelde zelfstandige naamwoorden, vergelijk bijvoorbeeld fuckmuziek , klotebaan , kutsmoes en shitfilm - waarbij overigens waarschijnlijk de Engelse woorden fuck - en shit - gebruikt worden vanwege eufemisme. Tot slot zien we dat de jongeren variëren op de bestaande woorden, ze met elkaar combineren en dergelijke.

Dat zal tenminste de verklaring zijn van woorden als kneiterberoemd en knoeterhard , waarbij kei, knetter, knoert leiden tot nieuwe vormingen. Reactie infoteur , Het is verstandig als je uw nieuwe partner zich ook laat testen op de aanwezigheid soa's.

U weet immers niet of hij een soa heeft. Omdat gonorroe door seksueel contact wordt overgedragen, moet u aan uw vroegere sekspartner s laten weten dat u deze infectie hebt.

Doe dat aan de partners van het afgelopen halfjaar. Dit is van belang om: Ano , Reactie infoteur , Het is belangrijk uw klachten voor te leggen aan uw huisarts, zodat hij of zij kan beoordelen wat er aan de hand is.

De huisarts kan ook bekijken of er wellicht sprake is van een teelbalontsteking, wat bijvoorbeeld veroorzaakt kan worden door bacteriën als Escherichia coli, Staphylococcus, en Streptococcus dus geen soa.

Johan , Behandeld en ik heb geen symtonen meer na 3 weken betekent dit dat de bacterie verdwenen is of zou het nog steeds kunnen dat ik de bacterie bij me draag? Zowel het branderig gevoel bij plassen en daarna zijn verdwenen en ook de afschijding uit mijn eikel. Bedankt alvast Reactie infoteur , Na behandeling is de gonorroe-infectie meestal verdwenen, maar dit moet wel eerst aangetoond worden.

Wanneer je geen vaste partner hebt, blijf dan veilig vrijen met condoom. Heb je wel een vaste partner, blijf dan veilig vrijen totdat jij en je partner s helemaal zijn behandeld en tests geen andere soa’s hebben aangetoond.

Azitromycine, Zithromax, Azacleus of Nuzaca is een van de belangrijkste medicijnen voor de behandeling van gonorroe. Ook na behandeling is het belangrijk te testen of de infectie is verdwenen! Spreek van tevoren af wanneer je weer voor controle moet komen. Joep , En de test was negatief, toch heb ik sinds een jaar last van afscheiding beetje slijmerig doorzichtig.

Kan het dat ik een druiper heb en toch negatief op een soa test ben? Lala , Ik ben nu namelijk in verwachting en durf geen gemeenschap te hebben ookal zegt de dokter dat de test negatief was. Als ik weer wordt besmet kan dit ernstige complicaties veroorzaken bij de geboorte. Dus ik vertrouw de arts zn resultaat niet.

Reactie infoteur , De incubatietijd van gonorroe is dagen, maximaal 2 weken. Het beeld van een infectie bestaat bij de vrouw vaak uit geelgroene, vaak onaangenaam ruikende afscheiding, en bij de man geelgroene afscheiding uit de plasbuis druiper. Een asymptomatisch beloop komt echter ook voor, d. Ook als de infectie geen klachten geeft, kan de ziekte wel op anderen worden overgedragen. Omdat gonorroe door seksueel contact wordt overgedragen, moet u aan uw vroegere sekspartner s tot in ieder geval een halfjaar terug, laten weten dat u deze infectie heeft.

Dit is van belang om alle seksuele partners met gonorroe en ook hun partners zo snel mogelijk te behandelen, om verdere uitbreiding van de ziekte te voorkomen en ervoor te zorgen dat u zelf niet voor een tweede keer besmet wordt. Het is van belang dat niet alleen u maar ook uw huidige partner zich laat testen op gonorroe en andere soa laten.

Uw huidige partner kan alleen maar na een test met zekerheid zeggen dat hij net besmet is. Jan , Ik heb nog met geen enkel meisje sexueel kontact gehad, moet ik mij zorge maken? Reactie infoteur , Sperma kan er van persoon tot persoon verschillend uitzien.

Ook kan iemands ejaculaat er per keer anders uitzien. Dit is afhankelijk van veel factoren. Als je veel vocht inneemt, ziet je sperma er vaak wat waterig, doorzichtig uit. Het tegenovergestelde kan ook gebeuren: Brenda , Nu mijn vriend liet me weten dat hij last had aan zijn plasbuis en dat er zo geel groene afscheiding eruit komt, hij toonde het mij en ik had gezegd dat hij naar de dokter moest, nu ik deze pagina gelezen heb zou dat ook van de vrouw kunnen komen, maar ik kan enkel zeggen dat ikzelf geen last heb van jeuk of vaginale ontsteking dat zou gepaard gaan met geur.

Het enige wat ik heb ins dan gewoon wat wit verlies, maar dat heb ik altijd al gehad van jongsaf en dan altijd juist voor mijn menstruatie. We kennen elkaar al iets meer dan twee jaar, dan vraag ik me af, of dit wel van mij komt terwijl ik die kenmerken toch allemaal niet heb. Reactie infoteur , Binnen dagen na blootstelling aan een geïnfecteerde persoon, kunnen klachten ontstaan.

Deze periode kan zelfs oplopen tot drie weken voor vrouwen. Niet alle vrouwen hebben klachten. Als uw partner een SOA heeft, dan is het belangrijk dat u daar ook op getest wordt. Bij mannen krijgt 90 procent klachten na het oplopen van een Gonorroe infectie ook wel ‘druiper’ genoemd.

De verschijnselen komen twee dagen tot twee weken na de besmetting. Omdat gonorroe door seksueel contact wordt overgedragen, moet hij aan zijn vroegere sekspartner s tot in ieder geval een halfjaar terug, laten weten dat hij deze infectie heeft.

NHG-Patiëntenbrief Daarom is het dus ook belangrijk dat u getest wordt. Lissie , Reactie infoteur , De infectie wordt overgebracht van de ene persoon naar de andere persoon door sekueel contact met de penis, vagina, mond of anus.

Daar valt dus ook beffen en pijpen onder. De NHG-patientenbrief vermeld het volgende:

.. Vandaar werd het een algemeen versterkend voorvoegsel in oerkomisch, oergek. Waar hou jij van? Vandaar dat in plaats van tuberculose het letterwoord t. Het is van belang dat niet alleen u maar ook uw huidige partner zich laat testen op gonorroe en andere soa laten. Gecombineerd gebruik van alcohol met cannabis, cocaïne, xtc en amfetamine. Past precies bij mijn familienaam. Beffen tot ze klaarkomt meisjes die willen neuken

MEGA PIK SEX IN DEN BOSCH

STEL ZOEKT MAN VOOR TRIO GIJLE MOEDERS